Ga naar de inhoud
Home » Materiaal » Les 7: van breuk naar procent

Les 7: van breuk naar procent

    Lesduur: 60 min
    Thema’s: Breuken, procenten en decimalen
    Onderdeel: stapsgewijs van breuk naar procenten
    Taalniveau: A1
    Rekenniveau: 1f

    Deel 1: Van breuk naar decimaal

    Herhaling: Schrijf deze begrippen (belangrijke woorden) in je schrift. Deze hele les is zonder rekenmachine.

    Opdracht 1: Leg uit wat het is.

    Decimaal =
    Breuken =
    Delen =
    Noemer =
    Teller =

    Herhaling: delen

    Opdracht 2: Deel de volgende sommen (geen rekenmachine)

    4:5 =
    2:9 =
    6:10 =
    8:9 =
    3:7 =

    Uitleg 1: Om van een breuk een decimaal te maken, deel de teller door de noemer.

    Zoals je ziet een decimaal maken alleen maar delen.

    Opdracht 3: Schrijf deze breuken als decimalen in je schrift.

    Deel 2: Van decimaal naar procent

    Herhaling: Schrijf deze begrippen (belangrijke woorden) in je schrift.

    Opdracht 4: Leg uit wat het is.

    Vermenigvuldigen =
    Procent =
    Komma =
    Verschuiven =
    Honderdtal =
    Evenveel =

    Herhaling: vermenigvuldigen met 100

    Wanneer je met honderdtallen vermenigvuldigd volg je speciale stappen.

    Stap 1: Tel de nullen van het honderdtal
    Stap 2: Bij vermenigvuldigen verschuif je de komma met evenveel stappen naar rechts

    Bijvoorbeeld: 1,3 x 100.
    Stap 1: 1,3 x 100 = Ik zie 2 nullen bij de honderd
    Stap 2: Ik verschuif de komma met 2 stappen naar rechts
    Stap 3: 1,3 wordt 130.

    Opdracht 5: Vermenigvuldig

    32 x 100 =
    1,03 x 100 =
    1,4 x 100 =
    100 x 0,5 =
    0,51 x 100 =

    Opdracht 6: Doe nu alle stappen van breuk naar procent. Vul dit schema goed in!

    1. Deel de teler door de noemer
    2. Vermenigvuldig met 100

    REKENTIP

    Als je een breuk hebt en je kan teller makkelijk vermenigvuldigen zodat het 100 wordt, heb je het antwoord al. Eigenlijk doen we het tegenoverstelde als vereenvoudigen. We maken de breuk groter naar 100. De noemer is dan de percentage. Deze tip is handig voor als de noemer snel naar honderd gerekend kan worden.

    6/25 = 0,24 = 24%